De aantrekkelijke ongemakken van het reizen

Het vijfde verslag van de grote reis naar Tokyo

Paul van Hooff reist van Amsterdam naar Japan op zijn Moto Guzzi V7. Midden op de Russische steppen raakt hij zijn condensator kwijt. Vier dagen kan hij zich niet verroeren.

Het is een kaarsrechte weg naar Volgograd. Om me heen zie ik uitgestrekte steppen. Ik rij door de provincie Kalmykia, op zo’n honderdtwintig kilometer van de stad die ooit Stalingrad heette. Knaloranje begint de zon langzaam te verdwijnen achter de horizon. Een benzinestation nadert, ernaast is een restaurant. Ik besluit nog één keer te tanken en dan gauw weer door. Maar als de tank vol is, realiseer ik me dat ik hondsmoe ben. Het was een lange en warme dag op de motor. Met mijn benen los rij ik naar het restaurant, klap de zijstandaard uit en loop naar binnen. Behalve twee serveersters die naar de televisie kijken, is het etablissement leeg. Met behulp van Google Translate doe ik mijn bestelling: soep en een bord rijst en vlees. Intussen verken ik buiten het terrein om de nacht door te brengen. Het maakt niet zoveel uit waar ik mijn tent opzet: plek zat.

Slangen

Na het eten begin ik met het opzetten van mijn tent. Er staat inmiddels een flinke wind. De opening plaatst ik naar het oosten voor een mooie zonsopgang. Eén van de serveersters wenkt me van een afstandje. Ze legt me uit dat de steppen niet geschikt zijn om te kamperen. Er zijn veel giftige slangen. Ze nodigt me uit om in een bijkamertje van het restaurant te slapen - gratis. 

De volgende morgen staat de Guzzi bepakt en gezakt, klaar voor het laatste stuk naar Volgograd. Tijdens mijn inspectierondje om de motor zie ik dat de dynamo los zit. Als ik beter kijk, zie ik dat de grondplaat waarop hij is bevestigd, is gescheurd. De laatste keer dat me dat overkwam was in Bolivia toen ik op weg was naar Argentinië, tien jaar geleden. Vijftien kilometer terug is een werkplaats. Nog een mazzeltje, want voor de rest is het hier in Kalmykia van een eenzame uitgestrektheid. Zonder een roebel af te rekenen wordt de scheur een half uur later gelast en de lasnaad netjes weggevijld. Ik kan weer door!

Voor het restaurant monteer ik de dynamo. Ik hoef alleen nog de benzinetank te plaatsen, maar dat is een klusje voor na de lunch. Ofschoon het restaurant nou niet bepaald wordt platgelopen, is het eten goed. Ik bestel hetzelfde als de dag ervoor. Na de koffie ga ik weer aan de slag. Om de motor staan inmiddels twee motorrijders, eigenaren van knetterende Jawa’s. Met behulp van Google Translate houden we een nietszeggend praatje. Daarna nemen de mannen afscheid. De blauwe wolken uit de uitlaten kan ik nog lang volgen.



Tamtam

Ik monteer de benzinetank en tien minuten later druk ik op de startknop. Ik hoor niets. Nog eens. Weer niets. Al het leven is uit de Guzzi verdwenen. Na een tijdje zoeken vind ik de oorzaak. De condensator is van de motor gerukt. Vermoedelijk door één van de twee Jawa-mannen. God mag weten waarom. Dommigheid: ik heb geen reserve bij me. En Volgograd is honderdtwintig kilometer hier vandaan. Kortom, ik kan geen kant op. Van de serveersters Tujana en Zaklara mag ik weer gratis slapen in het bijkamertje. Tokio kan even wachten.

De daaropvolgende dagen doet de tamtam zijn werk. Twee keer komt er een lokale motorrijder langs met een condensator. Maar de ene produceert zo weinig vonken dat ik de motor nauwelijks aan de praat krijg. De andere is zo oud dat het draad al breekt voordat ik hem heb gemonteerd.
Na twee dagen zit er nog geen schot in de zaak. Het maakt me allemaal niet zoveel uit. Ik geniet van het feit dat er in deze uithoek van de aarde mensen bezig zijn met het zoeken naar een oplossing voor de defecte motorfiets. Dit soort ongemakken maakt het reizen met de Guzzi zo aantrekkelijk. De waan van de dag bepaalt het ritme van de reis oftewel, als je je over kunt geven aan de Goden reis je zonder zorgen.



Bevrijding

Intussen kom ik wat meer te weten over de streek. In Kalmykia wonen de nazaten van Dzjengis Khan. Dat verklaart ook de Mongolische gelaatstrekken  van de mensen in dit deel van Rusland. Met Tujana en Zaklara zit ik op het trapje voor het restaurant. Uitkijkend over de onmetelijke vlakte kletsen via Google Translate. Beiden zijn getrouwd met een politieman. Om de zes dagen komen ze langs. Tujana vraagt of ik hier wil blijven wonen. Want het is zo lekker rustig. ‘Hier leven we zonder zorgen,’ zegt ze. ‘En we hebben eten genoeg.’ Later op de dag kijken we met zijn drieën naar de zonsondergang.

En zo kabbelen vier dagen voorbij. De bevrijding komt uit het oosten. Een lang stofspoor over de steppen kondigt zijn komst al aan. Een neef van Tujana komt met zijn zoon op een IZH Planeta hoogstpersoonlijk een condensator brengen. Als ik ervoor wil betalen schudt hij driftig van nee. Stofwolkend verdwijnt hij weer achter de horizon. Na een uur staat de Guzzi als vanouds te schudden op de middenbok. Ik neem afscheid van de serveersters. Als ik weer over de steppen rij bedenk ik me dat ik in Volgograd op zoek moet naar reserve condensators, want de Goden moet je niet verzoeken.


Paul van Hooff heeft inmiddels de bestemming Tokyo bereikt met het verschijnen van dit magazine. In de volgende editie, volgt zijn laatste verslag.
Voor een actuele update van zijn reis, kijk je op Facebook
Wil je meer weten over zijn avonturen? Kijk dan op www.Guzzigalore.nl