MOTORPARADIJS AFRIKA

Donker Afrika - Deel VII

Vanuit Tanzania rijden we westwaards richting Rwanda, een lange, weinig spectaculaire rit. In totaal rijden we in 3 dagen naar de grens over allerlei soorten wegen, soms prachtig asfalt andere keren één groot gaten-wegdek, dan weer zand en dan weer modder.

 

Rwanda is een speciaal land in Afrika. Het staat erom bekend dat het prachtig groen is en ook dat er geen zwerfafval te vinden is, wat echt iets unieks is voor Afrika. Het is bijvoorbeeld het eerste Afrikaanse land dat plastic tassen heeft verboden. Wat ons in Rwanda erg aantrekt zijn alle bergwegen die er zijn. Je kan kiezen tussen prachtig geasfalteerde wegen waar je zelfs met een racemotor heel veel plezier kan beleven, maar ook schitterende dirt-roads wat toch wel meer tot onze favorieten behoort. Deze brengen je veelal naar de kleinere dorpjes en onderweg kom je zo nu en dan schitterende uitzichten tegen met name over de vele theevelden, die zo mooi groen zijn.

Congo

Vanuit Rwanda maken we ook weer een klein uitstapje naar de Democratische Republiek Congo (DRC). Hier maken we één van de hoogtepunten mee van onze trip. We bezoeken de Zilverrug Gorilla’s en beklimmen een actieve vulkaan (Nyiaragongo) in het Virunga National Park. Ook vieren we bovenop de vulkaan ons 2-jarig jubileum (zolang kennen wij elkaar). Helaas kunnen we het park vanwege veiligheidsrisico’s niet met onze eigen motoren bezoeken, maar dat mag de pret niet drukken. Die pret hebben we wel met het rijden in de bergen!

Uganda

Na ons kleine uitstapje naar DRC vervolgen we onze weg richting Uganda, waar we ook weer het nodige meemaken. De eerste nachten brengen we door in het zuidoosten bij een aantal prachtige meren, waarna we besluiten dat het weer tijd is om met de motoren de bergen in te trekken. We willen richting het Queen Elizabeth National Park. Hier loopt een weg doorheen waar je met de motor op mag en waar je, als je geluk hebt, veel wilde dieren kunt spotten. Best spannend dus.

We volgen een mooie bergweg die ons langs vele toppen brengt en door kleine dorpjes. Als het einde van de dag nadert, wordt het steeds donkerder om ons heen vanwege naderende wolken, dus we besluiten dat het dan ook tijd wordt om een plek te vinden om te overnachten. Zo komen we in een klein stadje terecht, waar we op zoek gaan naar een betaalbaar hotel met een veilige parkeerplaats voor onze motoren.

Als we door het stadje rijden wordt Gulcin ineens door een politieagent op een motor gemaand om te stoppen. Ik hoor dit via de intercom en keer om, zodat we kunnen vragen wat er aan de hand is. De man is heel vriendelijk en wil weten waar we naar op zoek zijn aangezien we een doodlopende straat in zijn gereden. We leggen uit dat we op zoek zijn naar een slaapplaats met een veilige parkeerplaats voor de motoren. Hij biedt ons aan mee te komen naar het politiebureau om daar onze motoren te parkeren. We volgen ons gevoel en deze geeft aan dat we hem kunnen vertrouwen en rijden achter de politieagent aan door het stadje.

Bij het politiebureau aangekomen maken we kennis met de commandant die onze paspoorten wil zien en vraagt wat wij hier doen. Met een lach vertellen we ons verhaal en hij is diep onder de indruk en vindt het een eer dat wij in zijn district zijn. We kunnen de motoren midden in het politiebureau stallen en nemen wat benodigde spullen mee en gaan samen met de commandant naar het dichtstbijzijnde en (voor Ugandese standaard) luxe hotel. We leggen hem wel uit dat we geen oneindig budget hebben en dat lijkt hij te begrijpen. Uiteindelijk hebben we een prachtige kamer voor zo’n 6 euro. Goed geregeld dus! We zijn er overigens van overtuigd dat wij zelf deze prijs nooit gekregen hadden.

De volgende ochtend gaan we terug naar het politiebureau waar we met open armen ontvangen worden. Blijkbaar zijn we een welkome afleiding en gaan samen op de foto en daarna vervolgen wij onze weg richting het park. Na een paar uurtjes rijden hebben we net een aantal olifanten en buffels gespot, als het ineens boven ons erg donker wordt en er een gigantische bui aankomt. Als we even later een camping hebben gevonden waar we de tent onder een afdak kunnen plaatsen, kijken we terug op een geslaagde expeditie. In de avond en nacht horen we om ons heen veel leeuwen brullen, maar deze zijn gelukkig op een redelijke afstand. Er loopt wel een bewapende bewaker rond over de camping, waar wij overigens de enige gasten zijn.

Kenya

Vanuit Uganda rijden we naar Kenya, waar we in twee dagen naar de hoofdstad Nairobi rijden om daar onze Visa voor Ethiopië aan te vragen. Dit visum staat erom bekend dat het de lastigste is om te krijgen aan de oostkust (inmiddels makkelijk e-visa). Normaal gesproken willen ze dat je in je thuisland het visum aanvraagt. Wij hebben de nodige verhalen van andere reizigers gehoord die hun paspoort naar hun thuisland moesten zenden om het visum daar te verkrijgen. De bijnaam van de secretaresse in de ambassade is dan ook ‘Iron lady’. Blijkbaar vindt ze onze lach goed en krijgen wij het visum zonder al teveel moeite.

Ethiopië

We vertrekken na een week uit Nairobi richting het noorden naar Ethiopië. Hier kijken we erg naar uit! Er zijn 2 opties om over de weg vanuit Kenya naar Ethiopië te reizen. De eerste optie, ‘Lake Turkane’, gaat door een erg afgelegen gebied, waar geen voorzieningen zijn en ook zeer slechte wegen. Aangezien het regenseizoen is begonnen, is deze route eigenlijk geen optie. De andere optie via Moyale gaat over een nieuw geasfalteerde weg, maar hier ligt het probleem bij een erg onrustige grensovergang.

Uiteindelijk komen we in contact met iemand die aan de kant van Ethiopië werkt voor de Verenigde Naties en die ons continu op de hoogte houdt van de situatie. Als we op onze laatste locatie voor de grens zijn, zo’n 100 km er vandaan vlakbij Marsabit, krijgen we te horen dat er veel ongeregeldheden zijn en dat er zelfs 7 doden zijn gevallen. Dat wordt even afwachten dus. Gelukkig hebben we gratis accommodatie bij een Turks bedrijf wat een weg aanlegt in het gebied. We hebben hier een eigen kamer op het bedrijfsterrein en drie keer per dag een maaltijd.

Aangezien er hier voor ons verder weinig te beleven valt, besluiten we de omgeving met de motoren te verkennen over prachtige onverharde wegen. Dus we vermaken ons prima. Aangezien we een aantal rivieren door moeten die steeds dieper worden en sneller stromen besluiten we om weer rechtsomkeert te maken. Als we ergens stoppen om een aantal foto’s te maken, komen er twee mannen vanuit het niets naar ons toe. Vanaf het begin voelt het niet goed aan en we besluiten onze spullen weer in te pakken en te vertrekken. Ons instinct was goed. Gulcin zat op de motor en ik maakte mijzelf klaar voor vertrek en opeens komt er een machete tevoorschijn en begint één van de twee mannen hiermee te dreigen. Hij wil geld zien. Daar beginnen we niet aan. Gelukkig weten we de andere man te overtuigen dat hij zijn kapmes weg moet doen en snel openen we het gas en rijden weg! Geen leuke ervaring dit.

Gelukkig komen wij tijdens onze reizen niet veel van deze gekke mensen tegen en zijn 99% van onze ervaringen in Afrika positief. Helaas kan je niet altijd zes gooien. Als we weer terug rijden naar onze verblijfplaats, pikken we nog een local op die niet goed ter been is, maar nog wel een lange weg voor zich heeft. Hij gaat bij mij achterop de motor en zo sluiten we ook dit avontuur weer op een positieve manier af.