NORTH COAST 500

EEN MOTORREIS DOOR DE SCHOTSE HOOGLANDEN

Je zou de North Coast 500 ook het rauwe en ongetemde Schotse antwoord op de Amerikaanse route 66 kunnen noemen, want de afgelegen route voert over ruim 800 kilometer door ongerepte natuur en langs verlaten kusten. Bettina Höbenreich en Helmut Koch verkenden de legendarische NC 500 op de motor.

De weidse, goed verzorgde parken en de in schaakbordpatroon aangelegde weilanden die het urbane landschap van het voorname Zuiden van Engeland typeren, liggen al honderden kilometers achter ons. Met elke kilometer die we op de Motorway 6, de langste snelweg van Groot-Brittannië, verder naar het noorden rijden, neemt ook het verkeer merkbaar af. Maar pas als we een dikke 50 km ten noordwesten van Glasgow Loch Lomond National Park bereiken, zijn we echt in de Schotse Hooglanden aangekomen.

Langs het naar verluidt mooiste meer van Schotland rijden we verder in noordwestelijke richting totdat we tenslotte kort voor zonsondergang de verlaten Atlantische kust bereiken. We hebben een heel lange en vermoeiende dag achter de rug en des te prettiger is het om onze motoren nu direct bij de stenige oever van een kleine, ondiepe baai te parkeren, op een grote rots te gaan zitten en te genieten van het ruisen van de zee, de geur van het ziedende schuim en de verlatenheid om ons heen.

Na een regenachtige en winderige nacht in onze tent zijn we blij met de verwarmende stralen van de ochtendzon, die de dikke, grijze regenwolken ten minste voor even verdrijven en onze tent een beetje drogen. Daarna bepakken we onze motoren en gaan we weer op weg. Ons eerste station is het slechts enkele kilometers verderop gelegen Glenfinnan-viaduct, een eind negentiende eeuw gebouwde spoorbrug die over een indrukwekkende lengte van 380 meter een dal overspant, rustend op 21 imposante, tot 30 meter hoge pijlers.

Een Harry Potter film tafereel!

Ondanks de motregen volgen we een van de paadjes omhoog en gaan we ergens halverwege de berg tussen een paar altijd groene struiken op de loer liggen. Terwijl de koele regen in kleine druppels tegen onze windbreakers tikt, worden we omringd door het gezoem van ontelbare zogenaamde midges, minuscule bijtende insecten. De beestjes bedekken in no time elk stukje vrije huid en laten met hun beten honderden kleine, rode en licht jeukende vlekjes achter. Niet echt een idyllische plek voor een pauze, maar we zijn hier ook niet om uit te rusten.

We wachten vol spanning op de misschien wel beroemdste stoomlocomotief ter wereld: 'The Jacobite', bij velen wellicht beter bekend onder de naam 'Hogwarts Express', rijdt ook tegenwoordig nog twee keer per dag over het spoor van Fort William naar Mallaig. Dit was ooit een belangrijke verbinding voor het transport van vers gevangen vis van de Schotse westkust naar de grotere steden. Hoewel het traject nu alleen nog door toeristentreinen wordt gebruikt, is het een unieke ervaring om de oude stoomloc over het imposante Glenfinnan-viaduct te zien tuffen!

We horen al van verre hoe de oude lady zich sissend en stampend tegen de berg op vecht, omringd door dikke witte stoom die uit haar schoorsteen opstijgt en de wagons in een sprookjesachtige sluier hult. Het sympathieke maar doordringende geluid van de hoorn groet de vele toeschouwers die de trein enthousiast toezwaaien op zijn rit over de brug. Een absolute kippenvel-ervaring, en niet alleen voor Harry Potter fans!

Als de kortstondige betovering tenslotte vervliegt, stappen we snel weer op. We hebben genoeg van de motregen en vooral ook van de midges, die geen genade kennen.

Op de 'Road to the Isles', een bijzonder pittoreske panoramaroute, rijden we terug naar de westkust en verder naar Mallaig, waar we de volgende ochtend de ferry willen nemen naar Armadale op het beroemde Isle of Skye.

Dicht bij de haven nemen we een kamer in een voor Groot-Brittannië zo karakteristieke bed & breakfast. De rest van de middag gebruiken we om het idyllische kleine vissersdorp ontspannen te voet te verkennen.

De smaak van vloeibare briketten

We zoeken beschutting in een van de onvervalste gezellige pubs, waar we heerlijk onderuit zakken op een comfortabele leren bank direct voor de open haard en onze koude handen opwarmen. We maken van de gelegenheid gebruik en bestellen bij de barkeeper twee typische Schotse whisky's van een lokale stokerij. Veel Schotse whisky's hebben immers de reputatie heel rauw, rokerig en intens te smaken, wat kan worden verklaard door het traditioneel boven turfvuur gedroogde mout. Onze keuze valt op Talisker, een uitgesproken turfachtige single-malt-whisky die een paar kilometer verderop op het Isle of Skye wordt geproduceerd. Maar bij de eerste krachtige slok happen we al meteen naar adem, want voor ons smaakt de barnsteenkleurige vloeistof naar vloeibare briketten! Waarschijnlijk zijn we gewoon geen whiskydrinkers en dus bestellen we liever twee donkere biertjes – eveneens van een lokale, op het Isle of Skye gevestigde brouwerij – die ons inderdaad aanzienlijk beter smaken!

Voordat we de volgende morgen op de ferry stappen, maken we eerst nog een ander uitstapje naar de voor ons toch wel bijzondere culinaire wereld van de Schotten. De eigenaresse van onze B&B serveert namelijk een authentiek Schots ontbijt, dat bestaat uit ei, spek, warme tomaten, champignons en hash browns – een soort aardappelpannenkoeken – en natuurlijk black pudding. Wie nu mocht denken dat black pudding een zoete lekkernij is, heeft het mis! Want wat de Schotten ‘zwarte pudding’ noemen, is een grove, in dikke schijven gesneden bloedworst die rondom krokant wordt gebakken en bij het ontbijt wordt geserveerd. De typisch Schotse black pudding smaakt op zichzelf niet slecht, maar als ontbijt vinden we de bloedworst toch iets te hartig en te overdadig. Misschien moeten we dit de volgende keer gewoon als hoofdmaaltijd bestellen!

Aangesterkt stappen we even later op, om na een korte overtocht met de veerboot aan te komen op het Isle of Skye. Helaas doet het ‘eiland van de mist‘ zijn naam alle eer aan, want het is regenachtig en het landschap is in mist gehuld. Daarom rijden we slechts een klein rondje op dit idyllische eiland, dat bekend staat om zijn ruige kust met zijn vele kleine, verlaten baaien. In de hoop de regen te ontvluchten, rijden we in de late namiddag over de Skye Bridge terug naar het vasteland en zetten we koers naar een andere bezienswaardigheid, die naam heeft gemaakt als filmdecor: Eilean Donan Castle.

Highlander-burcht bezoek

De middeleeuwse burcht ligt zo spectaculair en schilderachtig op een kleine landtong in het Loch Duich dat het nauwelijks verbazing wekt dat dit een van de opnamelocaties was voor de film Highlander. Het kleine eiland waarop de rond 1220 gebouwde vesting is gelegen, is alleen te bereiken via een stenen boogbrug en was zodoende een perfecte strategische locatie. De Schotse Mackenzie-clan en de bewoners van het nabijgelegen dorp zochten in Eilean Donan Castle bijvoorbeeld bescherming tegen de overvallen van Vikingen. Tegenwoordig is Eilean Donan Castle ingericht als museum, maar het kasteel heeft niets van haar schoonheid ingeboet en heeft nog steeds de imposante uitstraling van een onneembare vesting die getuigt van lang vergeten wapengekletter.

Hoewel het wisselvallige en vaak regenachtige weer aanhoudt als we onze tocht over de North Coast 500 vervolgen, doet dat niets af aan de indrukwekkende schoonheid van de Schotse Highlands en de verlaten kusten. Wel zijn we erg blij met onze verwarmde handvatten en regencombi's, die nu al dagenlang tot onze standaarduitrusting behoren en ervoor zorgen dat zelfs het dagelijkse rijden in de regen niet onprettig is. Op een kleine, steeds smallere weg komen we langs oeroude kerkhoven met scheefgezakte grafstenen, en rijden we over massieve stenen bruggen, om tenslotte via ontelbare haarspeldbochten de eenzame, pittoreske bergwereld van het Applecross-schiereiland te betreden.

Oog in oog met een Schotse hooglander

Er komen ons nog maar weinig andere voertuigen tegemoet, totdat ons plotseling de weg wordt versperd door een reusachtige Schotse hooglander met zijn roodbruine haar en zijn lange, licht naar boven gerichte horens. Het rund kijkt ons nors aan uit zijn deels door de lange lokken bedekte ogen. Een blik die duidelijk maakt dat er met volwassen, een paar honderd kilo zware hooglanders niet te spotten valt.

Snel zetten we de motor stil aan de kant van de weg, om het dier niet te doen schrikken of te irriteren. Nu merken we pas dat het om een kleine groep van runderen gaat, die behalve volwassen dieren ook een aantal kalveren telt. Blijkbaar zijn de runderen, mensen en voertuigen gewend, want ze laten zich door ons niet van de wijs brengen, waardoor we in de unieke gelegenheid zijn deze imposante dieren minutenlang van dichtbij te bekijken.

Het is prachtig hoe liefdevol de moederkoeien met hun tong over de door de zeewind verwaaide kop van hun kleine kalveren likken, terwijl de kalveren speels tegen hun moeder en elkaar aan botsen om daarna uitgelaten weg te huppelen door het in zacht paars bloeiende heidelandschap. En plotseling lijken de hooglanders ons helemaal niet meer zo angstaanjagend. In elk geval niet zolang je ze met respect en terughoudendheid benadert.

Meerdere dagen volgen we de NC 500, vaak over eenbaanswegen die langs honderden kleine en grotere baaien en langs diep in het land stekende zeearmen kronkelen. En tenslotte hebben we het bereikt, het noordelijkste punt van de North Coast 500 en daarmee ook het noordelijkste dorp op het Britse vasteland: John o´Groats.

En wat zou een noordelijkste punt zijn zonder een bijbehorend symbool! In John o´Groats is dat een volledig met stickers van reizigers volgeplakte wegwijzer die de afstand tot diverse steden wereldwijd aangeeft, maar ook die naar ‘Lands End’, het 1.407 km van John o´Groats gelegen zuidelijkste punt van Groot-Brittannië.

Met het bereiken van John o´Groats loopt onze reis langs de legendarische North Coast 500 langzaam ten einde, maar ons wacht nog één ander beroemde plek op de route voordat we definitief afscheid nemen van de NC 500 en de Schotse Hooglanden. Want wat is een reis naar Schotland zonder een bezoek aan het befaamde Loch Ness!

In de sporen van Nessie

De eerste schriftelijk opgetekende waarneming van het monster van Loch Ness stamt uit 565 na Christus. Een abt zou een monster hebben gezien dat een man in het water aanviel. In latere eeuwen waren er telkens weer opnieuw mensen die beweerden het monster te hebben gezien, maar tot op de dag van vandaag is er geen wetenschappelijk bewijs dat het echt bestaat. Desondanks – of misschien juist daarom – wordt er met Nessie goed geld verdiend; elk jaar weer opnieuw trekt het monster duizenden toeristen en kijklustigen, aan wie de ondernemende omwonenden zo ongeveer alles verkopen wat een beetje geld oplevert, van pantoffels en Nessie-bier tot en met levensgrote Nessie’s van stof.

De toeristische drukte rondom het meer wordt ons tenslotte toch een beetje te veel. Ter afsluiting van onze Schotlandreis schieten we nog een plaatje langs de oever van het meer om daarna de lange terugtocht naar het Europese vasteland te aanvaarden. Maar één ding is zeker, in Schotland en op de North Coast 500 zijn we niet voor het laatst geweest, want de Highlands met hun ruige, ongetemde landschappen, stille baaien en mystieke kastelen, en niet te vergeten de rauwe en toch zo sympathieke Schotten zelf, maken dat we zeker graag nog eens terugkomen.