MOTORAVONTURIER PUR SANG

HENNO VAN BERGEIJK

Bij Henno van Bergeijk stroomt er eerder motorolie dan bloed door de aderen. Hij reist de hele wereld over met een XT500 en nam vijfmaal deel aan de Dakar. Nu heeft hij een bedrijf dat auto’s en motoren voor de filmindustrie verzorgt.

was ik al snel beu. Ik kocht op mijn vijftiende een brommer voor een habbekrats. Daarmee reed ik door het bos naar een vriend”, vertelt de 51-jarige Brabander. “Dat ging steeds verder. We maakten er een surfkar achter en reden naar lokale plassen en zandafgravingen om te surfen. Daar kwamen we motorrijders met een Yamaha XT500 tegen. Die gingen daar driften. Dat vond ik zo mooi! Ik was ook op slag verliefd op zo’n XT500. De dag voor ik mijn rijbewijs haalde, had ik er al een!”

Leren lopen

Henno had enorm veel plezier op zijn XT, tot hij een ongeluk kreeg: “Ik had twee verbrijzelde benen en moest opnieuw leren lopen. Tijdens het revalideren ben ik alweer gaan rijden op een andere XT, die mijn broer voor me had gekocht. Ik had de achterrem naar het handvat gehaald, want ik kon mijn been niet buigen. Mijn broer trapte hem voor me aan, daarna leerde ik dat met links te doen. Later ben ik echt offroad gaan rijden. Met een maatje dwars door de Ardennen. Zonder navigatie, gewoon op kompas. We gingen niks uit de weg, we gingen overal overheen of doorheen. We hadden enorm veel lol en sliepen naast de motor. Dat ben ik altijd blijven doen. Overal. Een vriend van me in Utah, had een oude XT voor me gekocht. We reden samen dwars door alle nationale parken en kampeerden in de Canyonlands, met een kampvuur naast de motor. Ontzettend mooi! Later zijn we eens helemaal offroad naar Mexico gegaan, dwars door de woestijn, tussen de cactussen door. Het was daar wel 50°C!”

Dakar

Henno organiseert voor de XT500 club al twintig jaar de “Hennorit: een 200 km lange offroadrit, in het laatste weekend van november. “Dan is het lekker nat, dan ben je niemand tot last. Soms zie je mensen aan de start komen met een perfect gerestaureerde XT500. Daarmee duiken ze dan de modder in…” Via de XT-scene kwam Henno in contact met een andere XT-liefhebber, Peter Schreurs. “Die had Dakar gedaan. Ik reed wel eens met hem, maar ik kon hem nooit bijhouden. Toch beweerde hij dat ik beter reed dan sommige Dakar-deelnemers. Zo besloten we samen de Dakar van 2006 te rijden. Helaas kreeg Peter het budget niet rond. Ik heb toen wel doorgezet. Wat een lijdensweg, alleen al om aan de start te komen”, lacht Henno. “Ik heb er een XT500 voor omgebouwd. Die was toen al 30 jaar oud en ik had totaal geen ervaring met rally’s. Ook niet met het regelen van sponsoring en publiciteit. Ik ben er een heel jaar druk mee geweest!”

Serieus…

Uiteindelijk stond Henno in Lissabon aan de start: “Ik keek mijn ogen uit. Al die mensen, die teams en al dat profi-materiaal. Stond ik daar met mijn oude XT. Ik werd natuurlijk niet serieus genomen. Er ging ook van alles mis. Mijn bib-mousse verpulverde en ik vergat een keer mijn startkaart. Ik mocht wel starten, maar kreeg zoveel straftijd, dat ik kelderde in het klassement. Daardoor moest ik steeds achteraan starten. Dan kun je het wel shaken. Je rijdt door kapotgereden terrein, in de sporen. De snelle trucks komen voorbij en laten een stofgordijn achter. Levensgevaarlijk, je ziet niet waar je rijdt. Na de rustdag werd het nog zwaarder. Er was een etappe van 870 km met alleen maar zandduinen. Toen ik me vastreed wilde de XT niet meer starten. Ik had alles gecheckt, behalve de bougie. Die was immers pas een week oud. Maar wel 5000 km! Na het bijstellen van de elektrodenafstand liep hij meteen. Dat soort fouten maak je. Ik heb over die etappe 24 uur gedaan. Toen een uur geslapen en meteen aan de volgende etappe begonnen. Daar kwam ik zonder benzine te staan doordat het luchtfilter vol zand zat. Toen ik het eruit had, kreeg ik van twee andere deelnemers benzine en ik kon weer vooruit. Ik kwam om 12 uur ’s nachts aan. Ik had 42 uur op de motor gezeten met één uur slaap. Maar ik heb hem uitgereden. En dan merk je wat je hebt gedaan. Ik kreeg fanmail uit de hele wereld. De Dakar organisatie zette drie foto’s op de site: Nr 1, nr. 2 en de man op zijn 30 jaar oude XT…

Witbrood

Henno reed de Dakar nog vier keer, maar niet met de XT. “Dakar werd steeds meer een race. Het ging steeds sneller. Daar was de XT niet geschikt voor. In 2009 heb ik met een KTM 690 Factory Replica in Argentinië meegereden. Die was onwijs snel, maar veel te zwaar voor mij. Ik kwam niet door de fezfez. Toen reed ik de radiateur ook nog kapot. Ik heb de radiateur rechtgebogen, gevuld met water en eiwit en de gaten dichtgestopt met witbrood. Zo ben ik de woestijn uitgekomen. Maar ik ben wel gefinisht!” Bij zijn latere Dakars reed Henno op een Husaberg, maar daarop is hij nooit gefinisht: Ik ben er een keer hard afgegaan, dat zie ik nog af en toe langskomen bij de bloopers. Toen lag ik er met een aantal gescheurde pezen uit. Een editie later moesten we over een zoutvlakte. Op een gegeven moment kreeg ik stroomstoten via het stuur. Kortsluiting. Ik ben wel in het bivak gekomen. De volgende ochtend heb ik de motor nog schoongespoten, maar toen wilde hij niet meer aanslaan en lag ik eruit.”, vertelt Henno, die zijn laatste Dakar in 2015 reed. “Ik was er toen wel klaar mee. Maar dit jaar zag ik de Dakar op tv en dan wordt de verleiding toch weer groot. Komend jaar ga ik het niet redden. Ik heb het te druk met mijn bedrijf, Car Casting Holland. Maar misschien in 2020…”