Afrika, een waar motorparadijs

Gulcin, afkomstig uit Istanboel, Turkije en Ferry uit Alkmaar ontmoetten elkaar tijdens een backpack trip in Indonesië (feb. 2016). De vlam sloeg direct over en sindsdien zijn ze bij elkaar en verkennen ze per motor de wereld. Deze keer is dat Afrika.

Eindelijk zijn wij dan in Afrika, we starten in Marokko. Ik kan je direct vertellen dat dit een waar motorparadijs is om te rijden en we hebben dan ook veel tijd in het Atlas gebergte doorgebracht.

 

Het hoogtepunt is de route naar de ‘Gorges de Dades’. Echt adembenemend en aangezien het hier ondertussen winter begint te worden, hebben we ook te maken met koude nachten en worden we zo nu en dan gewaarschuwd voor eventueel aankomende sneeuwval. Zo slapen wij een nacht in Agoudal en in de ochtend als we aan het ontbijt zitten, vertelt de eigenaar ons dat er slecht weer op komst is en dat wij beter zo snel mogelijk op de motor moeten springen om niet ingesneeuwd te raken boven op de berg. Met een half uurtje rijden we Agoudal uit, over een onververharde weg van 55 km richting de geasfalteerde ‘grote’ weg. Toch kunnen we het niet laten om nu en dan te stoppen om een foto te nemen van de prachtige natuur om ons heen.

Uiteindelijk verblijven we een maand in Marokko en genieten we op en top. Maar dit is nog niet het ‘echte’ Afrika. Via de Westelijke Sahara rijden we naar Mauritanië. Hier krijgen we helaas te maken met de eerste corrupte grensovergang. We steken de grens over op Gulcin's verjaardag, dat was niet de leukste verjaardag, maar wel eentje die we nooit zullen vergeten. We spenderen uiteindelijk ruim 8 uur op de grens en vertrekken in het donker. We hebben 50 km voor de boeg naar de eerste stad waar we kunnen kamperen. Onderweg er naartoe worden we 9 x tot stoppen gemaand door de politie of militairen, die al onze gegevens willen noteren (voor de veiligheid). De volgende ochtend is het eerste wat we doen een ‘fiche’ maken. Dit is een document met al onze gegevens erop. We maken 50 kopieën en kunnen deze nu iedere keer afgeven bij een controlepost zodat we direct verder kunnen rijden. Je wilt hier niet stoppen met al je motorkleding aan in de woestijn. We zoeken het avontuur nog wat op in Mauritanië in Atar en Chinguetti waar we echt midden in de woestijn zijn om onze weg te vervolgen richting Senegal.


Senegal


Bij de grensovergang spenderen we weer veel tijd. Onderweg hebben we een Engelsman (James) ontmoet en met z'n drieën komen we bij de grens aan. Ik ga samen met James de kantoren af en
Gulcin past buiten op de 3 motoren. Samen met James ben ik de grote baas van de grens aan het overtuigen dat wij toch echt geen 10 euro per persoon gaan betalen om zijn land te verlaten, wij hebben immers al een duur visum betaald bij binnenkomst. Na een klein uurtje praten over zijn familie en nog veel meer stempelt hij uiteindelijk onze paspoorten en zijn wij onderweg naar de volgende horde, de grenspost van Senegal. Deze grensovergang verloopt vrij soepel, zonder al te veel opzichtige corruptie voor ons.


'Donker' Afrika


Hier begint Afrika, het ‘donkere’ Afrika. We zijn blij en hebben er zin in. De eerste locals die we ontmoeten zijn vriendelijk, spreken een klein beetje Engels en lachen veel. We passeren vele dorpjes en kleine steden. Wat ons opvalt is dat met name de vrouwen heel erg mooi zijn, ze dragen veel gekleurde kleding wat prachtig uitkomt met de donkere huidskleur. Binnen 3 dagen na het passeren van de grens komen we aan in Dakar. Hier hebben we wat formaliteiten te regelen voor de import van onze motoren en vragen we een aantal visa aan voor de komende landen. Na Senegal moeten wij voor ieder komend land (t/m Angola) een visum aanvragen voordat we bij de grens aankomen (behalve Togo deze kan aan de grens).


Guinea Bissau


Via Senegal en Gambia gaan we naar Guinea Bissau, waar we één van de eilanden willen bezoeken. Uiteindelijk valt onze keuze niet op één van de voor de lokale bevolking toeristische eilanden, maar op het eiland Boloma. Dit was de hoofdstad toen de Portugesen hier nog heersten. Vanuit de hoofdstad Bissau vinden we een grote kano waarin we met circa 80 mensen zitten en over de Atlantische oceaan varen richting onze bestemming. Wij hebben de motoren achtergelaten en reizen met een backpack voor de komende dagen. Aan boord spreekt één persoon (Sana) Engels. Hij begint een gesprek met ons en vertelt dat hij Bissau 15 jaar geleden is uitgevlucht en nu voor het eerst zijn familie weer gaat bezoeken. Hij vraagt waar wij gaan slapen op Boloma, waarop ik hem vertel dat wij geen idee hebben, maar onze tent hebben meegenomen en we wel ergens een plekje zullen vinden. Hij kijkt een beetje verbaasd en zegt dat wij welkom zijn bij zijn familie. Waarop wij elkaar aankijken en denken: maar jij bent hier 15 jaar niet geweest, is het niet een beetje vreemd om dan met 2 wildvreemde personen aan te komen? Uiteindelijk slapen wij 2 nachten in de kamer van de zoons van zijn oudste broer en zijn wij de eregasten van het dorp waar we verblijven. Gulcin schaart zich bij de vrouwen die allemaal bezig zijn met de voorbereidingen van het avondeten. Gulcin spreekt een aardig woordje Spaans en de lokale taal is Portugees waardoor ze zichzelf redelijk verstaanbaar kan maken. Ik daarentegen spreek momenteel nog geen woord Spaans, laat staan Portugees dus doe alles met lichaamstaal terwijl ik met alle mannen onder een mangoboom in de schaduw zit. Als de zon onder gaat worden we geroepen dat het avondeten klaar is, in onze slaapkamer staan 2 borden met rijst en kip en bestek ernaast. Wij willen echter graag met de familie samen eten en dringen hier op aan bij Sana. Hij legt het voor aan de familie en vertelt Sana dat het goed is. Blij dat wij zijn, zitten we uiteindelijk met het hele gezin rond een grote pan rijst met kip en eten allemaal met onze handen, ieder een gelijke portie kip en rijst. Dit voelt zo goed! Na 3 fantastische dagen zeggen we iedereen gedag en gaan wij weer richting Bissau. Onze motoren gaan nu via 2 kleine kano’s en in de achterbak van een auto. Onderweg zien we James nog even en zeggen hem gedag. Uiteindelijk zien we James in 9 verschillende landen in Afrika en blijkt dus een echte reisvriend.

 

Guinea Conarky


Vanuit Guinea Bissau gaan we naar Guinea Conarky en er zijn niet veel mogelijkheden om de grens over te gaan. De wegen zijn erg slecht in Bissau en we kiezen ervoor om dan maar de kortste route te nemen. Achteraf blijkt dit ook de slechtste route. Uiteindelijk doen we 2 volle dagen over 38 kilometer door de jungle op een weg die meer een pad is aangezien er geen auto kan rijden. Achteraf hebben we de grootste lol om dit avontuur, maar op het moment balen we verschrikkelıjk. We slapen 2 nachten langs de weg, zonder water in de buurt om je even op te frissen, geen pretje met een temperatuur van zo'n 40 graden. Tijdens de rit passeren we ook een kleine grenspost waar ze ons vertellen dat we ons paspoort in het volgende dorp als we de ‘grote’ weg bereiken gestempeld zal worden. Als we daar eindelijk aankomen en we een hoge politiefunctionaris weten te vinden, gaan alle alarmbellen rinkelen. We zijn illegaal het land in gekomen! Er wordt hevig gebeld met de minister van toerisme, die op dat moment in een vergadering is. De man vertelt ons dat het ons circa 100 dollar gaat kosten om de paspoorten te stempelen wat wij uiteraard vriendelijk weigeren te betalen. Na 4 uur wachten en vele telefoontjes verder heeft hij de minister aan de telefoon die ook even met ons wil spreken, waarop we een klein en vriendelijk gesprekje in gebrekkig frans voeren. De minister geeft ons zijn telefoon- nummer en hoopt dat wij hem komen bezoeken in Conakry. De politiefunctionaris stempelt nu ook onze paspoorten en er wordt niet meer naar de 100 dollar per persoon gevraagd (die uiteraard in zijn eigen zak zouden zijn verdwenen).

Halverwege de middag vervolgen wij onze route en na 2 uur rijden vinden we het mooi geweest en zoeken we een plek om de tent op te zetten, we willen in de buurt van een riviertje kamperen aangezien we nu zo’n 72 uur niet gedoucht hebben. We vinden een riviertje op de kaart en een weg er naartoe. Als we er aankomen is er een klein dorpje, de mensen kijken ons vreemd aan als we aankomen. We stoppen de motoren en er komt een vrouw met 2 mannen naast zich naar ons toe gewandeld. De mannen dragen beide een machete in hun hand. Snel doen we onze helm af en lopen richten het trio met een lach op ons gezicht en we begroeten ze. Al snel verdwijnen de machetes en vervolgt een gesprek met 'handen en voeten' dat we hier graag onze tent willen opzetten omdat het donker wordt en we graag even in de rivier een bad willen nemen. Ze vraagt ons mee te komen naar de dorps ‘chief’. We komen in het midden van de huizen waar een oudere man zit met een lange zwarte leren jas en een piloten Rayban zonnebril. Het is net alsof we in een film terecht zijn gekomen. Met lichaamstaal en een vriendelijke lach leggen wij de beste man uit dat we graag hier willen overnachten. Geen probleem, er wordt gevraagd of wij ook wat willen eten, maar wij zeggen dat we dat bij ons hebben en zelf zullen koken. Terwijl wij de tent opzetten kijkt het hele dorp aandachtig mee. Wij vermaken ons prima, als de tent staat verdwijnen wij na elkaar richting het riviertje voor een welverdiend bad, wat voelt dat lekker!

 

Ongeregeldheden in Conakry


De volgende dag rijden we verder richting Conakry, onderweg wordt ons bij de roadblocks verteld dat er ongeregeldheden zijn in de hoofdstad maar we worden door gelaten. Inmiddels hebben we een simkaart gekocht en gaan wij toch even checken wat er gaande is. We lezen dat er inmiddels 7 doden zijn gevallen en besluiten de hoofdstad te vermijden. Nu is het ook 100% zeker dat we Siera Leone skippen aangezien we het visum in Conakry moesten aanvragen.


Slechte wegen en Gulcin ziek


We vervolgen onze weg richting het binnenland, maar de wegen zijn verschrikkelijk in Guinea. Overal is de weg opengebroken en we maken dus geen progressie in de hitte. We vinden een prachtige camping naast een waterval waar we ook heerlijk kunnen zwemmen en na 3 dagen vertrekken we weer. We rijden richting Mali, maar onderweg wordt Gulcin zieker en zieker. We besluiten te stoppen bij een klein ziekenhuis en een malariatest te doen, negatief. Dat is goed, we rijden nog 10 kilometer maar ze kan echt niet meer. We zien een paar bomen langs de kant van de weg en stoppen. Ik open de hangmat voor Gulcin en ze valt direct in slaap. Hotels zijn hier niet te vinden dus dit is het beste wat er is. De volgende ochtend rijden we verder richting

Mali, we besluiten er de kortste weg naartoe te nemen en daar tot rust te komen. Na 3 vermoeiende, zware dagen met name voor Gulcin komen we in Bamako, de hoofdstad van Mali aan, hier gaan we direct naar het ziekenhuis en wordt Gulcins bloed getest. Gelukkig blijkt ze niets te hebben en zullen we gewoon moeten rusten. Verder vragen we hier de visa aan voor Burkina Faso, Benin en Nigeria.

Lees hierover in het volgende magazine.

 

Wil je meer van ons lezen of heb je vragen?
Volg ons op Facebook of Instagram.

www.facebook.com/oneroadoneworld

www.instagram.com/oneroadoneworld

of kijk op www.oneroadoneworld.com