Spoorzoeken met een toerboekje

Op 1 juli 1937 startte de opa van Jan Helder zijn Harley en vertrok voor een unieke toer van 2789 km naar en door de Alpen. Precies 80 jaar later startte Jan Helder zijn Hornet en trad in de bandensporen van zijn opa…

Een echte motorrijder, dat was de inmiddels zestigjarige Jan Helder niet. “Ik heb vroeger met Zündapp brommers gereden. Die voerde ik op, maar daar konden ze niet tegen. Ze waren dan binnen de kortste keren kapot. Het heeft me er ook niet toe gezet het motorrijbewijs te halen. Daarbij heeft het ook niet geholpen dat ik na een avond stappen zag hoe twee vrienden voor mijn neus een ongeluk kregen op de motor. Ik heb me toen voorgenomen om nooit motor te gaan rijden. Dat heb ik lang volgehouden. Tot ik Stevilia tegen kwam en een relatie met haar kreeg.”

 

De 33-jarige Stevilia van Dijk reed wel motor. “Ik heb mijn rijbewijs nu vier jaar. Ik ben eraan begonnen nadat ik bij een ex van mijn zus achterop de motor meeging. Dat was zo gaaf dat ik het zelf ook wilde. En dat was nog veel leuker dan achterop zitten. Elke motorrijles was een feest. Zelfs het rijexamen vond ik leuk. Ik heb een nieuwe Yamaha XJ6 gekocht en rij daar veel op. Ik rij de hele winter door en heb in vier jaar 34.000 km gereden, ook al woon ik vlak bij mijn werk”, aldus Stevilia, die controleur is bij een ingenieursbureau dat is gespecialiseerd in dijkversterkingsprojecten.”

Toerboekje


Natuurlijk duurde het niet lang voor Jan toch een keer bij Stevilia achterop ging. “Toen dacht ik, dit is leuk, dit wil ik ook. Ik ga het toch doen. En zo ben ik toch nog aan het rijbewijs begonnen. Ik heb het in juni 2016 gehaald. Vervolgens heb ik bij MotoPort Zelhem een Honda Hornet gekocht. Het was de eerste motor die ik probeerde. Ik heb daarna nog veel motoren gekeken en geprobeerd, maar het moest toch die motor zijn. Mijn motorkleding heb ik daarna bij MotoPort den Bosch gekocht.”

Daarna wachtte Jan een bijzondere verrassing: “mijn zus kwam langs voor mijn 60e verjaardag en zei: “Je hebt je motorrijbewijs gehaald, dan heb ik hier een passend cadeau voor je”. Het was een foto van mijn opa met zijn motorfiets. Mijn moeder en mijn oma stonden er ook nog op. En er zat een KNMV toerboekje bij. Daarin stond een toertocht die mijn opa met zijn motorfiets had gemaakt. Het stond vol stempels van hotels en douaneposten. Je kon de hele route eraan aflezen. Hij was op 3 juli 1937 weggegaan en had in 14 dagen - op zijn oude Harley - 2789 km gereden. Hij vertrok vanuit Arnhem en kwam in Nancy, Bern, Zuid Zwitserland, ging alle Alpenpassen over, door de Dolomieten, Oostenrijk, naar Innsbruck, de Zwitserse Klausen Pass over, naar Zurich, door het Zwarte Woud en dan weer terug.”

 

Nu of nooit


De tocht van opa intrigeerde Jan en Stevilia. Zou het niet leuk zijn om die tocht een keer na te rijden? “Toen ik nog eens in het boekje keek, zag ik dat het op 3 juli precies 80 jaar geleden was dat opa deze rit had gemaakt. Toen wist ik gewoon dat het nu moest gebeuren en wel op 3 juli precies”, vertelt Jan. We hebben dit allebei met het werk kunnen regelen. Ik had net een nieuwe baan als ambulant begeleider bij de OGGZ in Tiel, maar ik heb gezegd, als het niet kan neem ik ontslag. Dit moet gewoon nu”, lacht Jan. “Gelukkig was het geen probleem. Toen zijn we spullen gaan aanschaffen en hebben ons goed laten voorlichten. We hadden immers geen van beiden ooit zo’n lange toertocht gemaakt, alleen een keer een trip naar de Ardennen. Bovendien hebben we allebei een naked bike, geen toermotor. Wat dat betreft moet ik mijn complimenten maken aan Tom van MotoPort Den Bosch. Die heeft ons fijn geholpen. We hadden elk achter twee tassen en een roltas erop waar alles in paste, zelfs stoeltjes en de tent. We hebben ook goede regenkleding gekocht. Zeker voor mij belangrijk, want ik heb een doorwaaipak. Dat krijg je anders niet meer droog. Verder hebben we een Freecom 4 intercom gekocht. Dan kunnen we met elkaar babbelen. Dat is veiliger en je mist anders ook een hoop onderweg. Normaal gesproken gaat zo’n apparaat na 30 seconden stilte uit, maar dat lukte ons bijna niet…

Kopie


Voor de tocht maakte Stevilia een kopie van het toerboekje en liet die bij een copyshop printen. Ze liet het boekje ook zien bij de KNMV. “Die waren erg enthousiast. Ze hadden het boekje graag gehad, want zelf hadden ze niets meer van voor de oorlog.

Ze vertelden dat je vroeger wel een heel rondje moest maken om het toerboekje te valideren”, vertelt Stevilia, die de stempels uit het boekje als uitgangspunt voor de route nam: “We hadden geen kaart nodig, alleen een TomTom. Zo konden we de stempels volgen, tot op zekere hoogte. We weten niet waar opa heeft overnacht. Soms stonden er drie stempels van een hotel in één en dezelfde nacht op, met aantekeningen die er met een kroontjespen bij waren geschreven. Die had hij dus ook bij zich…”

Vriendelijk


Op 3 juli begonnen Jan en Stevilia aan Opa’s toertocht. “We hebben het wel wat langzamer gedaan dan opa, want we wilden het niet afraffelen. Er zijn zoveel mooie gebieden waar je doorheen komt! En we hebben zoveel leuke dingen gezien en meegemaakt”, stelt Jan. “zo waren we in het Grand Hotel in de Dolomieten. Daar is de film 'The Shining' met Jack Nickolson opgenomen. Het hotel was failliet en gesloten. Toevallig kwam de eigenaar langs, die vond ons verhaal mooi. We mochten daarom tien minuten het hotel in om rond te kijken. Ook heel apart was het hotel Schwarzwaldstube, in Bad Herrenalp. Daar hingen nog foto’s aan de muur van hoe het hotel toentertijd was. Je zag daarop foto’s van Adolf Hitler aan de muur. Daar zaten ze zelf niet mee. “Dat was toen nu eenmaal zo”, was het commentaar. “Hoort bij de geschiedenis.” Verder moet ik zeggen dat ze in de hotels en op de campings overal enorm vriendelijk voor ons waren. Vaak mochten we de motoren in hun garage stallen. Het boekje heeft veel deuren opengedaan. Soms kregen we er zelfs kippenvel van. Een boekje en een jongedame op een motor, dat doet veel”, lacht Jan. “Alleen de Zwitserse douaniers zijn niet aardig. Van de Italiaanse douaniers kregen we na enig aandringen van Stevilia ook onze stempels.”

5 Sterren


Natuurlijk zijn er na zoveel tijd weinig mensen meer die de opa van Jan destijds hebben ontmoet: “We kwamen bij een hotel in Andermat een dame van 90 tegen, de dochter van de toenmalige eigenaar. Zij heeft hem misschien gezien, maar herinnerde het zich niet. Maar het was leuk met haar te spreken. Ook leuk was een zeventigjarige hostess van het Hotel Post in Lech. Het hotel was dicht, ze waren aan het verbouwen. We wilden net weggaan toen de hostess eraan kwam. Ze vond het zo'n leuk verhaal, dat ze per se een stempel wilde zetten. Maar het kantoor was uitgeruimd. Ze heeft drie kwartier gezocht om de stempel te vinden. De mensen die je tegenkomt zijn bijzonder. Het Maria Theresia Hotel in Innsbruck bestond zelf niet meer, maar 7 km verderop stond er een hotel dat de naam en het servies had overgenomen. Het was een vijfsterrenhotel. Ze vroegen of we bleven slapen, maar dat was boven ons budget. Toen informeerden ze wat ons budget was en mochten we er voor € 80,- blijven slapen. Ik heb nog nooit zo’n luxueus hotel gehad. En dan mochten we ook de motoren nog naast de ingang zetten, want ze hadden geen garage…”

 

Volgend jaar weer…?


De eerste motorvakantie is Jan en Stevilia uitstekend bevallen: “we hebben geen haast gehad, waren relaxt en hebben enorme mazzel gehad met het weer. We hebben maar twee keer een buitje gehad en een enkele regendag, maar zelfs die was leuk. We hebben ook veel prachtige passen gereden. De mooiste was de Furkapass, hoewel de Klausenpass ook prachtig was. De landschappen zijn geweldig. Ik snap niet hoe opa het bij elkaar heeft hunnen zoeken. Waarschijnlijk via Michelin kaarten, want die staan achterop het boekje vermeld”, vertelt Jan, die er nu wel van baalt dat hij zijn opa niet echt gekend heeft. “Ik ken hem als een vriendelijke man die sigaren rokend beneden in zijn kantoor zat, met zijn teckel. Ik kreeg toffees, maar ik heb nooit met hem gepraat. Door deze tocht heb ik hem toch een beetje leren kennen… Als je echt een mooie tocht wilt maken, moet je deze tocht doen. Wij zouden het volgend jaar wel weer willen…”