Gezegend mens

Moto Tokyo

Paul van Hooff reist met zijn Moto Guzzi V7 van Amsterdam naar Tokio. Alleen al in Rusland heeft hij 12.000 kilometer voor de boeg. Na elf maanden bij vlagen zeer intensief reizen komt hij dan eindelijk in Japan aan.

 

Omdat ik maar drie maanden achter elkaar in Rusland mag blijven, heb ik er flink de vaart in. De republiek is zo groot dat het mijn voorstellingsvermogen te boven gaat. In totaal heb ik zo’n twaalf duizend kilometer te gaan tot aan Vladivostok. Daar zal ik de boot nemen naar Japan. Als ik na een lange rijdag op Google maps naar mijn vorderingen kijk, zie ik dat ik millimeters
ben opgeschoten.

In Koergan wordt de Moto Guzzi door Russische ingenieurs van het taxibedrijf Taxi Maxim van top tot teen nagekeken. Twee dagen zijn ze ermee bezig. Niets is ze ontgaan. Zelfs de zijstandaard hebben ze verlengd. Maandenlang moest ik een blokje hout of een flinke steen onder de standaard leggen voor de juiste balans. Ook heb ik na twaalf jaar weer een remlicht. Maar bovenal pakt de motor na de juiste afstelling zo fraai op dat ik me realiseer dat Guus maandenlang onder zijn kunnen heeft gereden. De ingenieurs hoeven niets voor hun inspanningen. Ze voelen zich vereerd dat ik op deze manier door hun land reis. Bovendien gaat veiligheid boven alles, prent Yura, één van hen me in. ‘De wegen in Rusland zijn erg gevaarlijk,’ zegt hij. ‘Je hebt ogen in je achterhoofd nodig.’

Treinreis


Via Omsk en Novosibirsk ben ik op weg naar Ulan-Ude. Ik speelde nog even met de gedachte om van de route een treinreis te maken, om te ervaren hoe dat is, maar de motor loopt zo goed dat ik er vanaf zie. De tweebaanswegen zijn kaarsrecht. De omgeving zo plat als Nederland. Het vele vrachtverkeer zorgt voor gevaarlijke situaties. Automobilisten halen roekeloos in. Geregeld komt het voor dat ik een auto recht op me af zie komen. Dan moet ik de berm opzoeken om een botsing te vermijden.

In de buurt van de stad Krasnojarsk, hartje Siberië, is een verkeersopstopping. Dat gebeurt wel vaker op de Russische wegen vanwege het vele onderhoud dat wordt gepleegd. Als ik langszaam naar voren rij, zie ik dat er een ernstig ongeluk is gebeurd. Drie auto’s zijn, BAF! op elkaar geklapt. In één zie ik een jongeman zitten. Ik parkeer de motor en loop op hem af. Als ik bij hem ben, zie ik meteen dat het goed mis is. De jongen is zwaargewond. Het lukt me om hem uit de auto te krijgen en ik leg hem op mijn slaapmatje. Als ik terugloop, zie ik de bestuurster pas. Ze is zo opgevouwen dat ik haar niet eerder had opgemerkt. Wat me nog het meest van alles verbaast is dat ik de enige ben die hulp verleent. Tientallen Russen zijn in de buurt, maar niemand steekt een vinger uit. Als ik in het Engels begin te roepen dat er mensen zijn die hulp nodig hebben, komt de meute in beweging. Totdat de ambulance arriveert blijf ik bij de jongen. Daarna vervolg ik mijn reis.

Held


Ulan-Ude nadert. De stad ter hoogte van Mongolië is een ijkpunt. Van daaruit is het nog 4500 kilometer naar Vladivostok. Als ik mijn Facebook-pagina weer eens open, zie ik dat de politie in Krasnojarsk me zoekt, om me te bedanken. Door de jongen uit de auto te trekken voorkwam ik dat hij in een shock raakte, die gezien zijn vele verwondingen fataal zou zijn geweest. De vrouw, die zijn moeder bleek te zijn, overleed daags na de crash. De Russische media ruiken een verhaal en voor ik er erg in heb ben ik overal in het land op de televisie te zien. Een week later gebeurt hetzelfde in Nederland. Men noemt mij een held. Ik voel me er beroerd onder, want het enige wat ik deed was mijn instinct volgen.

Wolven en beren


Het laatste traject naar Vladivostok gaat dwars door het hart van Siberië. De eenzaamheid is volmaakt. Soms zie ik pas na tweehonderd kilometer een benzinepomp en zo nu en dan een restaurantje. De Guzzi doet wat hij moet doen; het mooie, ronde geluid van de pompende zuigers kalmeert me. Mijn tent gebruik ik niet meer. De Russen hebben me dat afgeraden. In dit gedeelte van Rusland zijn veel beren en wolven, maar de enige dieren die ik zie zijn drie eekhoorntjes die de weg oversteken.

Intensief reizen


Bij Vladivostok neem ik de boot naar Japan. We varen voor de kust van Noord-Korea dat gedreigd heeft Japan en Zuid-Korea met zijn nucleaire arsenaal van de aardbodem te vagen. Ik zie alleen de vredige lichtjes van vissersboten. Bij Sakaiminato kom ik na twee dagen aan wal. Wat lange tijd een droom was, heb ik met behulp van velen weten te realiseren. Tokio zelf interesseert me niet zo. 42 miljoen Japanners op een kluitje, ik geloof het wel. Zoals iedereen weet, gaat het niet om de bestemming maar de reis ernaartoe. En die was bij vlagen zeer intens. Ik voel me een gezegend mens. En nu naar huis.